domingo, 6 de diciembre de 2015

Het mínimum loon moet omhoog, deel 2



Het mínimum loon moet omhoog deel 2

In de krant Co Latino verscheen een uitgebreid interview met de economist Cesar Villalona over een verhoging van het minimum loon. In deze tweede blog proberen we de ideeën van Cesar weer te geven in verband met de gevolgen van een eventuele loonsverhoging.

Kan een loonsverhoging een mechanisme zijn om de verdeling van de rijkdom te verbeteren?

De voornaamste reden van de armoede in het land is niet de lage inkomsten van het land zelf. De armoede is te wijten aan de concentratie van de rijkdom en de inkomsten in handen van enkelen, van een minderheid van de bevolking. Het BIP (Bruto Intern Produkt) bestaat uit 63% winst voor de bedrijven, 21% gaat naar salarissen en 16% naar belastingen. Met zo’n verdeling is het niet te verwonderen dat er weinig rijken en veel armen zijn. 160 bedrijven van het land bezitten een kapitaal van 21 miljard dollars. Dat staat gelijk aan 80% van het BIP van 2014.

Een loonsverhoging , samen met economische groei kan helpen om de verdeling van de rijkdom te verbeteren en dus ook de levensomstandigheden van de meerderheid te verhogen. We moeten de impact van de loonsverhoging niet overdrijven want slechts 15% van de bevolking heeft een vaste baan. Maar het minste wat we kunnen zeggen is dat door een loonsverhoging, de verdeling van de rijkdom verbetert. 

Bij een loonsverhoging moet je rekening houden met de productiviteit van de arbeid.

De productiviteit wordt gemeten door het BIP te delen door de bevolking met een baan. Het resultaat van die deling geeft een waarde (in geld) aan de goederen en diensten die de werkende klasse produceert in een jaar.

In Midden Ameerika is het land met de grootste productiviteit Costa Rica. Een persoon die werkt in Costa Rica produceert een gemiddelde van $ 22.177,- per jaar. De productiviteit in Guatemala en El Salvador is ongeveer gelijk: $ 9.500,- per jaar. In Honduras is het ongeveer $ 5.700,- en in Nicaragua $ 4.000,- per jaar.

Die gegevens duiden aan dat El Salvador een beter salaris moet hebben. Costa Rica moet het beste salaris hebben omdat de arbeiders er meer produceren. En dat is ook zo, want het minimum salaris in Costa Rica ligt rond de $ 500,-

Hoewel Guatemala en El Salvador evenveel produceren per werknemer, zijn de salarissen niet gelijk. Het minimum salaris in Guatemala is $ 344,- terwijl dat van El Salvador $ 251,70 is voor mensen die werken in handel en dienst verlening.  Guatemala betaalt $ 320,- voor mensen in de vrijehandels zone en El Salvador betaalt daar slechts $ 210,90 Het verschil op het platteland is nog groter: Guatemala betaalt daar ook $ 344,- terwijl El Salvador slechts $ 118,- betaalt.

In Honduras waar de productiviteit kleiner is dan die van El Salvador, liggen de salarissen hoger dan in ons land: $ 407,- in handel en dienstverlening; $ 288,- voor de boeren in het binnenland en $ 270 in de fabrieken van de vrijhandels zone.
En in Nicaragua waar de productiviteit minder dan  de helft is van El Salvador, liggen de minimum salarissen op hetzelfde niveau van El Salvador.

Daarbij komt ook nog dat de lonen in de  Midden Amerikaanse landen niet lijden aan inflatie. Alle landen hebben een lage inflatie, ook al zijn de lonen beter dan in El Salvador.

Een ander interessant gegeven is dat alle andere Midden Amerikaanse landen, die betere lonen hebben dan El Salvador en minder productiviteit, toch meer buitenlandse inversteringen hebben dan wij. Al meer dan negen jaar lang.

Vorig jaar kwam de buitenlandse investering in Costa Rica op 2.1 miljard dollars te liggen, in Guatemala lag dat op 1.4 miljard, in Honduras op 1.1 miljard, in Nicaragua 840 miljoen en in El Salvador slechts 270 miljoen.

Als de salarissen bepalend zouden zijn voor de buitenlandse investeringen, waarom investereert men meer in de andere landen met hogere salarissen en minder productiviteit? Waarom investeren de rijken van El Salvador dan in de andere alnden van Midden Amerika en niet in El Salvador zelf?

Het antwoord is: investeerders kijken niet zo zeer naar de salarissen, wel naar de rentabiliteit. En dat heeft dan weer te maken met andere factoren zoals de infrastructuur, de kwaliteit van de produuktie middelen en van de werknemers, de juridische zekerheid, de sociale zekerheid, de kosten voor energie, de vraag naar het produkt in het land zelf, enz. De hoogte van de lonen is een element waar men rekening mee moet houden, maar is zeker niet het belangrijkste element.

El Salvador is het land met de laagste inflatie in de regio waardoor de produktie kosten stabiel blijven. De infrastructuur, de sociale en energie kosten zijn goed. Dus het argument van de rijken dat eventuele loonsverhoging de buitenlandse investeringen weerhoudt is niet correct.

Tot zover voor vandaag.

De regering hoopt met de discussie over het thema klaar te zijn voor eind december, zodat de nieuwe salarissen per 1 januari kunnen ingaan. De geruchten doen de ronde dat het minimum voorstel een salaris van $ 400.- zou zijn. Een ander voorstel stelt $ 500.- als minimum.  We houden juliie daarvan op de hoogte. 

Tot een volgende keer.

Rosa (Guadalupe) en Willibrord (Guillermo)

No hay comentarios: